Gear

Waarom mannen dit jaar massaal een retro-handheld kopen

· 5 min leestijd

Op kantoor gaat het over de nieuwste iPhone of een Steam Deck van zeshonderd euro, maar in de broekzak van steeds meer mannen zit iets heel anders: een blokje plastic dat eruitziet alsof het uit 1998 komt. Retro-handhelds, kleine gameconsoles die oude games emuleren, zijn dit jaar niet langer het geheime hobbyproject van een handjevol nerds. Anbernic en Retroid brengen model na model uit, de schermen zijn opeens AMOLED en de prijzen kruipen richting die van een volwaardige smartphone. Wat begon als nostalgie, is uitgegroeid tot een serieuze gearcategorie.

Waarom dit ineens overal opduikt

De aanleiding ligt niet alleen bij Anbernic en Retroid zelf. Valve zette in 2022 met de Steam Deck de deur open naar draagbare gameconsoles die net zo serieus zijn als een pc, en sindsdien is handheld gamen niet meer weggeweest. Zowel Microsoft als PlayStation werken naar verluidt aan eigen handheld-systemen, en die aandacht straalt af op de kleinere, betaalbaardere retro-tak van de markt. Daarnaast spelen twee dingen mee die niets met gaming te maken hebben. Mannen kiezen steeds vaker bewust voor apparaten zonder meldingen en algoritmes, en een generatie die inmiddels dertig-plus is, wil de spellen van hun jeugd terugspelen zonder de originele hardware, die stuk of onbetaalbaar is geworden.

Wat een retro-handheld precies is

Een retro-handheld is geen opgepoetste originele Game Boy of PlayStation. Het is nieuwe hardware, vaak gebouwd rond een chip die normaal in een smartphone zit, die via emulatiesoftware oude games draait: van de NES tot de PlayStation 2 en soms zelfs recentere consoles. Voor de techniek achter dat nabootsen kun je terecht op Wikipedia's uitleg over emulatie. Fabrikanten als Anbernic, Retroid en Miyoo brengen dit jaar in zo'n tempo nieuwe modellen uit dat je het amper kunt bijhouden, en precies dat tempo is waarom de categorie nu serieus wordt genomen.

Anbernic gaat voluit voor premium

Anbernic begon het jaar rustig, maar haalde dat in het tweede kwartaal dubbel en dwars in. De RG477M is het eerste Anbernic-toestel met een behuizing van cnc-gefreesd aluminium, een 4:3 lts-scherm en een MediaTek Dimensity 8300-chip, en kost tussen de tweehonderdveertig en tweehonderdnegentig dollar. Wie liever verticaal speelt, kijkt naar de RG477V: een toestel dat vooral gebouwd is voor lange sessies met PS2- en Dreamcast-emulatie, met een grote accu en goed thermisch beheer.

Eind juli kwam daar de RG SP bij, een clamshell-toestel dat sterk doet denken aan de oude Game Boy Advance SP. Opvallend genoeg haalde Anbernic de analoge sticks eraf en koos het weer voor een klassiek digitaal steunkruis, simpelweg omdat dat beter werkt voor tweedimensionale games. De behuizing is ongeveer tien procent dunner dan die van de vorige clamshell-modellen. Het laat zien dat de markt niet alleen groter wordt, maar ook specifieker: fabrikanten bouwen nu toestellen voor een bepaald type speler in plaats van één apparaat dat alles een beetje moet kunnen.

De Retroid Pocket 6 is het toestel van het jaar

Als één apparaat de toon zet in 2026, is het de Retroid Pocket 6. Retroid bouwde er een Snapdragon 8 Gen 2 in, dezelfde klasse chip die twee jaar geleden nog in vlaggenschip-smartphones zat, gecombineerd met een 5,5-inch AMOLED-scherm op 1080p en 120Hz. Het actieve koelsysteem houdt het toestel stil tijdens lange sessies, ook bij zwaardere emulatie. Reviewers omschrijven het als het eerste echte high-end alternatief in deze categorie, in plaats van een leuke maar beperkte gadget.

Retroid liet het daar niet bij. Dit jaar volgden ook de Pocket Flip 2, de Pocket Classic en de Pocket Nova, die laatste met een 4,5-inch AMOLED-scherm en een Qualcomm QCS8550-chip vanaf tweehonderdnegenentwintig dollar. Wie liever kleine, doelgerichte gadgets draagt, kent dat gevoel al van de EDC-gadgets die inmiddels in elke broekzak zitten, en een retro-handheld past eigenlijk perfect in dat rijtje: compact, met een duidelijk doel, en zonder de afleiding van een smartphone vol meldingen.

Wat een import je echt kost

Vrijwel geen enkele retro-handheld ligt gewoon in de Nederlandse winkel. Je bestelt via AliExpress of via een kleine Nederlandse importeur, en dat laatste scheelt vaak wachttijd. Belangrijk om te weten: bij bestellingen van buiten de EU betaal je sinds 1 juli 2026 ook bij pakketten tot honderdvijftig euro invoerrechten, waar eerder nog een vrijstelling gold. Daarbovenop komt gewoon 21 procent btw, en rekent de pakketbezorger afhandelingskosten. De Douane zet deze kosten helder op een rij, en het is de moeite waard dat te lezen voordat je op 'bestellen' klikt. Een handheld van tweehonderd euro kan zomaar dertig tot veertig euro duurder uitpakken dan de prijs die je op het scherm ziet.

Welke handheld past bij jouw broekzak

Wil je vooral 8-bit en 16-bit klassiekers spelen, dan is een instapmodel als de Pocket Classic ruim voldoende, en betaal je niet voor een scherm en chip die je nooit volledig gebruikt. Wil je ook PS2 of Dreamcast draaien, dan kom je al snel uit bij de RG477V of de Retroid Pocket 6. Overweeg je zo'n toestel naast je vaste telefoon, dan is dat minder vreemd dan het klinkt: net zoals steeds meer mannen bewust teruggrijpen naar een simpele dumbphone naast hun smartphone, kiezen ze nu ook voor een apparaat dat precies één ding goed doet in plaats van alles een beetje. Twijfel je nog over andere outdoor-gear voor onderweg, kijk dan ook eens naar onze vergelijking tussen GoPro en DJI. Uiteindelijk draait de keuze niet alleen om specificaties, maar om hoeveel ruimte je nog over hebt in die ene broekzak.

F
Geschreven door Florian Hendrikse Freelance journalist

Florian is freelance journalist die breed schrijft, van carrieretips tot gadget-reviews, met de nieuwsgierigheid van iemand die oprecht geinteresseerd is in alles wat het leven van moderne mannen raakt. Hij vindt dat mannenbladen te vaak dezelfde verhalen vertellen over spierballen en dure horloges en probeert dat te doorbreken met stukken die echt ergens over gaan. Voordat hij freelancer werd, werkte hij bij een regionale krant waar hij leerde dat goed schrijven begint bij goed luisteren. Zijn stukken zijn eerlijk, nuchter en altijd relevant, zonder de neerbuigende toon die sommige lifestyle-schrijvers niet kunnen laten. Florian drinkt te veel koffie, heeft een onverklaarbare fascinatie voor mechanische toetsenborden en weigert artikelen te schrijven waar hij zelf niet achter staat.